is toegevoegd aan uw favorieten.

De tooneelspel-beschouwer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 5 )

bekwaamheid, in het uitfpreeken van deze verzen (Bladz. 22.

Hoe! zeide ik bevende, zou dan myn hart zo [noot Den wensch van Tiridaat vervullen door myn doot f Toen, wyl haar teêr gefchrei myn drift noch meerder

griefde, , Gaf ik den doodfleek haar tot loon van haare liefde; En niets ontziende meer in myne razerny En dolheid, als gefchokt door een virwoedtgety Van fnoode gruw'len, en door helfche drift bezeeten, Wierdt zy van my noch in d' Araxes neir gejmee-

Daar was' het, dat myn hant haar dompelde in de rust;

Daar wierdt on£ huwlykstoorts voor eeuwig uitgeblust.

Wy wenschten den Schryver te kennen, die door zyne pen den Lezer een denkbeeld zoukunnen geeven, van de wyze waarop Rhadamiftus met de volsende verfen de vraag van Ihero, (voor welke Perfoonaadje de Heer de waal ageerde.)

Ach ! wat begeert ge u, zo rampzalig, t' onderwinden ?

beantwoordde: (Bladz, 34.)

Weet ik het Hiero? dol, onzeker, ongevuft, Misdadig zonder drift, en deugdzaam zonder lujt, Rampzalig fpeeltuig van myn doodelyke J mar te, Kent zich wel in dien ftaat, waar in ik ben, myn

Dat hart, door zorg op zorg oneindelyk beflreên^