is toegevoegd aan uw favorieten.

De tooneelspel-beschouwer

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 6 )

Icing der kunst wordt thans niet gezien.—Kunstmecenen! — dit is zekerlyk vleitaal: indien de kunst door de Heeren Gecommitteerden waariyk befchermd werd, dan zouden zy, binnen korten tyd, al vry wat Tooneelfpelen afgeweezen moeien hebben. In onze Vertoogen is reeds verfcheidene maaien getoond, dat de kunst niet meer de hoofdzaak is, welke de beftuurders in't oog houden. — Kunstmecenen! — indien men op den te genwoordigen voet voordgaat, zal het reeds wag* gelende kunstgebouw welhaast geheel inftorten: — wy gclooven, dat een bekwaam Dichter tot keurmeester over de aangebodene Tooneelipelen behoorde aangeftcld te worden: (die de kunst verftaat, kan over de kunst oordeelen,) dan zou de Schouwburg bloeijen, dan zou de edele Poëzy herleeven, daar zy nu door de eene nog wreeder dan door de andeie mishandeld wordt. Kunstmecenen\ wier beftaan Niets beoogt dan Deugdbetrachting.

Het ftaat ons niet vry over deze verdere vleitaal zo rondborftig te redeneeren, wy zouden natuurlyker wyze perfooneel worden, en dat hebben wy altoos vermeid, gelyk wy het ook altoos zullen blyven vermeiden: —— dit weeten wy alleenlyk, dat in meer dan één van onze Vertoogen de zedenloosheid welke op het Amfteldamjche Tooneel

fomtyds nog plaats heeft, aangeweezen is: wy

hebben by voorbeeld zonneklaar betoogd, dat het Stukje, de Bruiloft van Kloris en Roosje, een BORDEELKLUCHT is, niet waardig dat het vertoond worde, een Nafpel dat het Tooneel tot fchande verftrekt: de Heeren Beftuurders hebben rroeten overtuigd zyn dat wy gelyk hadden , maar immers is het na en ondanks die over-