Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de MISLUKTE BOOSHEID. 21

d 1 e d e r 1 k, na den brief geleezen te hebben.

Mynheer! fchoon ik hier niet het gantfche huis bewoon', Bied ik al myn verblyf; de vriendfchap eischt dit loon; Al wat ik heb-- — --

williams.

Een klein vertrekje is my flechts noodig > Vermits ik iemand wacht, Al 't verder aanbod is volkomen'overbodig.

diederik, na hem eenige oogenèlikken aangezien te hebben.

Öy fchynt gramftoorig ?

w 1 l l 1 a m s. Ik! — ik ben thans in myn kracht; Ik ben zeer in myn fchik.

diederik.

Zulks kan ik naauw' gelooven;

De misflag in 't adres .

w 1 l l 1 a m s, glimlachende. 6 Dat is niets, Mynheer; Zou zulk een kleinigheid my van myn rust berooven.'

diederik.

Gy hebt misfchien op reis, of mogelyk weleer Een ongeluk gehad?

williams.

Zoudt ge ook nieuwsgierig weezen?

diederik.

In tegendeel Mynheer; uit achting voor myn' vriend Wilde ijk u troosten.

williams.

6, Die goedheid, onverdiend,

.Zou my niets baate».

Sluiten