Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. <t$

Zich weder tot zynen vader begeevende: Ben ik u niet meer waard' ?

Zyn vader drukt hem tederlyk de hand.

Ach ! zo gy nog kunt willen Dat myne droefheid wyk'; natuur nog voor my pleit'; Dan overwinn' myn bede uw woeste fomberheid; Ten minste zal ik daar de reden van doorgronden; Ach! zie ons aan! uw fmart verwekt ons duizend wonden. Merinval beurt het hoofd op. Na een' zwaaien en diepen zucht geeft hy aan Henrik en de andere bedienden met de hand een teeken om te vertrekken. Tegen de bedienden. Doet zo als hy begeert: verwydert u: gaat heen. Merinval geeft op nieuw teekenen, dat Eugenia tn Rofa ook moeten wyken. Tegen Eugenia. Myn waarde! volg hen ook: gy blyft niet lang alleen,

TWEEDE TOONEEL.

MERINVAL, DE JONGE MERINVAL.

Merinval, nog even diep in zyne droefgeestigheid gedompeld, onderfleunt zyn hoofd met zyne handen.

DE JONGE MERINVAL. Gy zyt gehoorzaamd: ik deed elk van hier vertrekken, ïk bid my de oorzaak van uw wanhoop nu te ontdekken. . Ontfpringt die bron van gal uit al uw' tegenfpoed, Wiens zwaare last de tyd alleen verlichten moet?

B 4 Veï'

Sluiten