Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 257 )

rnelijke aanvoerers te wel, dan dat zij zich voet* ftoots zouden laaten vinden tot eene asfopiatie, zoo drijdig met de verdienden van dien baatelijken Tambour, en met de waardigheid van eeu Corps, aan welks wapenen de rust en veiligheid der dad waaren toevertrouwd ; temeer, daar men zich met zeer veele redenen kon voordellen, dat, wanneer men al eens aan zulk een onredelijken eifch van het onbezuisd en opgeruid graauw gehoor gaf, het dan bij deezen eifch alleen niet blijven zou, maar dat men het Canaille dan in de gelegenheid delde om van de eene buitenfpoorigheid tot de andere over te fiaan.

De, overal in de dad aangeplakte brievjes, waar bij het gemeen in de brutaalde termen te kennen gaf, dat men bij de eerd koomende waakbeurt van de optrekkende Compagnie No. 9» de voornoemde twe Adelborden met geweld uit den hoop zou haaien» deeden den Heer van Zwijndregt refolveeren, om op den morgen van den 2. Maart, zijnde de dag voor de waakbeurt van zijne Compagnie, zich bi] den Heer Hoofd-officier te vervoegen, en hem te verzoeken, dat 'er, uit hoofde der bedreigingen, en vermenigvuldigende baldaadigheden van het graauw bij het optrekken der Compagnie, de noodige voorzorg genoomen mogte worden', door eenige gerechtsdienaaren hier en daar onder het volk te plaatzen, ten einde, waare het moogelijk, den een of den ander belhamel te apprehendeeren, om hem, ten affchrik van anderen, exemplaar te kunnen draden; iets, 't geen over lang reeds het but van den Heer R

Sluiten