Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

(38 )

Verkamen zoekt, hen plaatst naar welbehagen ,

En. flaat voor 't eind zo wel als voor 't begin. Al moest gij, in verfcheurende oogenbiikken,

Bedwelmd van rouw, ontzenuwd door verdriet; Van angst doorknaagd, voor dood en leven, fchrikken ;

't Ontwrong u tog aan uwen Heiland niet. Hebt gij den ftrijd, aêmegtig foms, geftreden ,

Gij (treedt hem tog. ■ Hij, die uw kragten woog, Zag uw geloof: Hij heeft voor u gebeden:

Een kleine vonk is kostlijk in zijn oog. Hij kende uw fmart, waarop alle artzenijen

Vergeefs hun kragt beproefden — maar zijn bloed Had kragts genoeg: dit kon u gantsch bevrijen;

En fcheppen, door den dood, uit bitter, zoet.

Zong ik dan blij, drie jaaren flegts geleden,

Op uwen egt een lied van dankbaarheid; Nog ligt mijn hoop niet gantsch in 't (lof vertreden;

Op 't grove floers ligt fijner glans gefpreid. 't Zegt veel, een zondig Ejf zo kort te dragen;

Zo ras bevrijd van 't gif des doods te zijn; Van \ weduwkleed, reeds^voor den tijd, ontflagen,

flegts ageer zig te laten een woestijn.

Wat

Sluiten