Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de MISLUKTE BOOSHEID. 3I T

diederik.

Wat deed myn heil dus lang verbeiden ?A!l» Clarisfa! '

clarissa.

Boezemvriend!

dieder I Kd

,T . . Hoe heuglyk is dees dag'

Hoe jmcht myn hart nu ik uw fierheid mag verwinnen» welk een betoovring voor myn zinnen! Verban in 't einde uw vrees die wreede boezempyn!

Myn Diedrik! laatdeez kusch daar van het zegel zyn.

diederik, haar omhelzende, blyft vol aandoening met zyn hoofd op haar fckoit. der rusten.

ó Hemel, wat geluk! hoeveel bekoorlykheden

Zyn thans myn deel .' Claris'! Claris'!

Terwyl uw deugdzaam hart voor my zo teder is •

■Waarom heb ik zo veel, zo fchuldeloos geleeden?

r . ," insii,«< tederheid.

Gy mint my dan?

diederik. Ik bid u aan.

cl arissa.

Zoud gy myn liefde iets weigren kunnen ?

diederik.

Wat toch zoude ik u niet vergunnen? Ik bid, doe my uw wil verftaan.' Wat wilt ge ?

clarissa.

Een' eed.

d i e d e a i k.

Een' eed! dat ik u zal beminnen

Sluiten