is toegevoegd aan uw favorieten.

Vaderlandsch woordenboek; oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok, Twee-en-twintigste(-negen-en-twintigste) deel. K-M (-V).

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MALDERÉ, (JAKOB van) MALLEGAT. 2,27

den Prins ; waar naa twee andere Steden , bij overftemming, moesten volgen. Evenwel lieten zij aantekenen, dat zij den benoemden Vei tegen woordiger geenzins voor aangenaam verklaarden. Toen de Algemeene Staaten, in den Jaare 1607, aan verfcheiden Hoven Gezantfchappen zonden, om derzelver raad en bijftand te verzoeken , vertrok de Heer van MALDERé, nevens den Dordreclitfchen Penfionaris joan berk, als Buitengewoon Gezant na Engeland, om zijne opwagting te maaken bij Koning jakobus den I, om denzelven verflag te doen van den toeftand der Vereénigde Gewesten , met opz:gt tot de vermogens ter voortzettinge van den Oorlog. Een ander blijk van aanzien en vertrouwen, waar toe van MALDERé, hier te Lande, zich hadt weeten te verheffen, was zijne benoeming tot eenen der Gemagtigden van wegen de Algemeene Staaten, 0111 met de Spaanfche Gezanten, in den Jaare 1608, in 's Hage verfcheenen, over Vrede of Beftand te handelen. De "laatfte openbaare post, iu weiken wij den Heer van MALDERé, in de Gefchiedenisfen, aantreffen, was het buitengewoon Gezantfchap na Frankrijk, in den Jaare 1610; de Heeren van brederode en van der myle waren zijne Amptgenooten.

Zie bor, van meteren, enz.

Mallegat, eene Opening of Doorgraaving in de Duinen, bij Katwijk, dus genaamd. De aanleiding daar toe zullen wij hier kortelijk vernaaien. De aanwas van het Binnenwater in Rhijnl nd deedt, reeds meer_dau derdehalve Eeuw geleeden, op middelen ter ontlastinge bedagt zijn. Om de nabijheid van de Noordzee wendde men het oog derwaarts. Bij gedaane waarneemiugen bleek het water aldaar merkelijk laager te zijn, dan binnenslands. Het gevolg hier van was, een Ontwerp , in den Jaare 1538, aan Hoofdingelanden van Rhijnland ter hand gefteld, om het water, door middel van Tonnen, zeewaarts te leiden. Om de groote kosten, daar mede gepaard, liet men 'f werk fteeken, tot in den Jaare 1565, wanneer, op de klagten van Regenten van verfcheiden Ambagten, het werk hervat, en, naa lang raadpleegen, in den Jaare 1570, tot eene p 2 Sicu-