Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ANDEKEN VERSCHULDIGD ZIJN. 33

ken, en zo oprecht handelen, dat men zich in alle gevallen gerust op mij kan verlaten. Phil. 4: 5. Spreuk. 29: 5- Ephef. 4: 25.

4. Moogt gij den voorfpoed van anderen wel benijden ?

In het geluk van anderen moet ik mij beftendigverheugen: door nijdig te zijn, zoude ik mij zeer ondankbaar betonen, mij zeiven Hechts kwellen, en anderen ongelukkig maken. Rom. 12: 15. 1 Cor. 13:4. Spr. 14: 30.

5. Hoe moet een Christen zich omtrent ellendigen gedragen ?

Treurigen te troosten, en aan ellendigcn om Jezus wil wel te doen, moet het dagelijksch werk van een Christen zijn. 1 Thesf. 5:14, Joli. 11: 33 35. 2 Cor. 8:9. Hand. 20:35.

6. Wat is uw pügt omtrent onkundigen?

Mijn pligt is, om mij nooit op mijn verftand, 't welk ik van God ontvangen heb, te verheffen; maar het zelve te gebruiken, om anderen nuttig te zijn. 1 Cor. 4: 7. Phil. 2: 3. Ephef. 4: 29.

7. Moogt gij met Jlechte menfchen ene dagelijkfche verkering houden ?

Met flechte menfchen moet ik mij nooit verenigen; want hier door zoude ik geheel bedorven worden, en dit zoude voor mij niet minder fchadelijk zijn , dan het lezen van kwade boeken. Spreuk. 13: 20.

R. Hoe moet gij dan menfchen behandelen, die zich aan het een of ander kwaad hebben fchuldig gemaakt ?

C Men.

Sluiten