Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 237 )

DERDE AFDEE LI N G.

van de

VOORNAAMWOORDEN.

De voornaamwoorden zijn zulke woorden die in de plaats van het naamwoord gezet worden, bijvoorbeeld wanneer men zegt De mijne is deugdzaam,. flaat het'voornaamwoord in de plaass'vari het zelf-' Handige naamwoord, waarmede het onderwerp van 't gefprk zou moeten aangeduidt worden , -als1 vrouw, dochter, nicht, enz. £e voornaam-* woorden neemen ook het Lidwoord van 't verzweegen zelfftandige' naamwoord-aan. Zij worden verdeeld in

1) PERSOONLIJKE} ' als, IK, CIJ, Hij; .

2) B. zittende;.. mijn , zijn', UW, HUff-

tu M haar V

3) aanwijzende^ dees, DIE, dat;

4) betrekkelijke; dezelve, iDÏE^ DATyl

•ü 01 ' ,\tj dewelke'^.

5) vraagende; wie, wat, welke;

6) onbepaalde; eenige, a:,le,.

.• 3/J.IOW üJu'fS nX»D J$B!$ 1 . rj x VAN

Sluiten