is toegevoegd aan uw favorieten.

Leerredenen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over HEBREEN Vi. vs. i6-ao. 91

Staaroogd onder alle uwe lotgevallen en ongelegenheden , op de eeuwigheid ! hoopt volkomenlyk op de. genade, die u toegebracht zal worden in de Openbaring van Jefus Christus. Alles moge u dan op aarde begeeven. Alle licht moge duifternis worden. Bange dagen , bange nachtes vol onweders en ellenden mogen zich opdoen. De eene golf van rampen en verdriet moge de andere voordfchuiven. Ja in ons oog mag het Compas wyffelen, de miswyzingen zonder regel zyn, en die op de aarde of in de kerk aan het roer ftaan mogen bedremmeld worden. Nog is 'er geen gevaar. Uw God leeft en wordt niet veranderd. Hy is dè God der wetenfchappen voor wien de nacht licht als de dag, en de duisternis is als het licht. Hy zal, naar zynen Raad en eed; volbrengen, wat Hy u belooft heeft: en, in de eeuwigheid, de zalige eeuwigheid, zult gy by den glans der Godheid zien, en de hoogte, lengte, breette en diepte zyner magt, wysheid en goedheid bewonderen. Haast, nog een weinig, en gy zyt in de haven van eeuwige gelukzaligheid! ó zalige verandering ! ö heerlyke uitkoomst! Daar en dan houden alle ftormen op. Daar zal niemand wenfchen: och dat het avond! och dat het morgen ware! Daar zullen eeuwen, jaren, maanden, ■weeken niet meer geteld worden, de dagen zelfs zullen ophouden, en het zal 'er eeuwig dag zyn zonder nachten.

Indien alle ware Christenen, die hun deel niet in dit wisfelvallig leven zoeken, 'er op gezet waren, om, op zulk eene wys, en met zulk eene verhevene gemoeds gefteidheid,' als wy nu aanpryzen, en tot welke de Apostel, in onzen Tekst, naar het verband der zaken, opleiden wilde , hunne reis naar de eeuwigheid te bevoorderen: welk eene beminnelyke gedaante zou dan het Christendom niet krygen! welk een voordeel zouden de Euangelie belyders niet doen aan den geöpenbaarden Godsdienst! daar deszelfs zekerheid en troostrykheid, uit hun beftaan en gedragingen, in het oog der vyanden ftralen zou: terwyl zy, voor zich zei ven, een beminnelyk en troostvol leven zouden leiden, in God en op zyn woord gerust zyn, te vreeden met allen zynen weg en beftuur, en niet verachteren van de genade Gods. Zy zouden zich kennelyk, door hunne gedragingen, onderfcheiden van het verdraaid gedachte der geenen, die zich G hei-