Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van HA ARE DOCHTER; Blyfpel 29 Sofia.

En mint myn Dochter me ook zo teder als zyplag? Emilia. Ach! zeud gy daaraan twyflen kunnen? Sofia.

Wel! Zo gy my bemint.moetgy me een gunft vergunnen. Emilia. Een gunft! het voegt my niet ditwoord Tehooren uit uw' mond. Gebied, Mama: vaarvoort^ Ik zal gehoorzaam zyn.

S o e 1a.

6! Wilt gy zo beginnen, Dan kuntgy niet zo teêr, als ge u beroemt, my minnen.

'k Heb geen gebod aan u te geeven: neen. Ik ben uw Moederwel, maar uw vriendin meteen. Gyzytde myne. Ik zal, begrypt gy't anders .zwygen. Emilia.

Mama! gykunt op my all' wat gy wenscht verkrygeu.

Uw taal verrukt me; ik ween van tederheid. Wat gunft ge ook eischt, zy word vooraf u toegcr:cid. Sofia.

Ach, dat ik u omhelz'! Gy kwaamt reeds tot de jaaren, Waarin een Juffer kan 't begrip met oordeel paaren.

Gy hebt verftand; maar echter is myn raad, Myne oudervindig u hoognoodig in dien ftaat.

't Heugt u nog wel dat we onlangs faamen fpraaken, Wat blydfchap wy in 't zoet der vriendfchap zouden fmaaken,

Als we ons geheim , hoedanig zulks ook waar', Vertrouwden en ontdekten aan elkaêr. Gy weet, men kwam ons onderhoud toen ftooren; Maar dit ontwerp kon u, zo 't fcheen , bekooren. Beginnen wy:Maak me uw Vertrouwde.Laat ons zien.... Emilia.

Hoe! gy Vertrouwde van uw Dochter!kan 't gefchiên ?

So-

Sluiten