Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KLUCHTSPEL, 29 Ferdinand. Zon myn Heer my hier van wel eens een fchriftje geheven te maaken ? Ik vind myn genoegen byzonder,vatje t ? myn Heer verftaat hem grondig op die zaakem Bartolüs. E~n fchriftelvk Advies!

F e r d i n and.

Ja heet dat goed zo? Bartolüs. Schriftciyke Adviezen koften veelgeld, 't Is zo met geen zes fchellingen te doen.

Ferdinand. Daar is niet aan gelegen, vatje 't ? hoe veel moet myn Heer d'er voor hebben ? het zalje te vooren werden gctelt.

Ba rtoliis. Ia, maar ik heb noch verfcheide luiden tefpreekenj daar (laander noch te wachten, ik heb geen tyd om te ichryven.

Ferdinand. Watte ftreeken ! Zet het maar in een regel of v ier, vatje 't?dat ik t onthouden kan , dat is ras gedaan.

Bartolüs. Ja, ik vat het wel, maar ik zeg, dat ik het niet doen

kan, hoe rooogje zo ftaan. Ik celoof dat jv lui boeren meend.dat die dingen zo te doen zyn: of men een hooy wagen laide Op zo een Advies , moet een Adv.okaat zyn har Henen lullig

't b watanders; een zaak te fchryven of te fpreeken,

F e r di n a n d.

Wil myn Heer my dan wel dienen in myn zaak, zo myn party niet na een accoortjen hooren wil. Bartolüs. Ik heb myn handen nou juift vol werkjmaar *h* *J

Sluiten