Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3ö De ONTROUWE VOOGD;

VYFTIENDE TOONEEL.

Bartolüs, Ferdinand, Klara achter Bartolüs, zonder dat hy haar ziet.

Bartolüs.

KOm maar hier Huisman ;ik heb met je party al gedaan ,

En ik kanje verzekeren, datje zaaken treflyk ftaan. Ik heb hemgetoontcenwctinditCorpus,datjedaar

open ziet leggen. • . ,

Ferdinad, gaat by Klaartje, aan de ander zy van Bartolüs, en zet zyn pruik op. Dat is geen los, of wispelturig zeggen, Die uitdrukkelyk, en met klaare woorden veroieü, Dat geen Voogd , noch zyn Zoon, de Dochter mag

trouwen, 't is te Sparte nooit gefchied. Wat zegje nou?waar ben je.... hoe! wat is ditte zeg-

aen? , .. .

Klaartje... jy... hier... ik... hoor... ik jou eens

te vooren leggen.. . Waarom... maar hy...

Klara.

Myn Heer, het is my leed, dat ik oorzaak van uw onfteltenis ben.

Bartolüs.

Maar ben jy hier lang geweelt ? Klara.

Geduurig, die Boeren zyn gemaakt, de eene, die vat je't? is een Heer die my pretendeert; die verftaeie wel ? is zy" Knecht; maar zyt niet bevreelt,

Schoon ik alles aangehoord heb, ik zal uw fchande niet zoeken. Bar-

Sluiten