Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

4 DePagie.

De Vorst. Is 'er niemand? Geen antwoord?

Pagie, zich in den (loei heen en weder wringende en rekkende. Ik ben eerst —— Zo even eerst —— Ik heb nog zo kort «

De Vorst.

Ik hoor echter geluid. Wat zou dit weezen ?

— (De fcherm van voor den nachtlamp wegneemende, ziet hy den Pagie) Och! is het mogelyk? Ons

knaapje! Moest hy by my, of ik liever by hem

de wacht houden. Wat of men toch gedacht haeft? Pagie, word verbyflerd wakker en wryft zyne cogen.

Genadigfte Heer!

De V o i s t.

Kom, kom kleine! lustig! ■ Zie eecs op uw

horlogie: het myne is afgelopen.

Pagie, die zicfi, al knikkende, aan de leuning van den ftoel vast houd.

Wat? ■ Hm Genadigfte Heer!

De Vorst, glimplagchende.

Gy zyt dronken van den flaap: gy maakt de zotHe figuur van de wereld: men moest u zo uitfchilde-

ren> Uw horlogie, zeg ik, uw horlogie zoud

gy voor den dag haaien ; gy zoud zien hoe Iaat het is.

P a-

Sluiten