Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

la HET WEDERZYDS

Wie die betuiging doet.

lodewyk.

Mevrouw gelieft te weeten , WaardatmynGfaaffchapis, en hoe het wordt geheeteti? Ik zal het zeggen, fchoon ik 't liefst verhooien hou; Het legt in Polen, en de naam is Habislouw. Myn vader heeft my jong naar 's Keizers hof gezonden, Wanneer de Turken na 't bezit van Polen ftonden. En, zonder roem gezegt, ik wierd daar zeer geëerd, 'k Had mogelyk nu nog in 't Duitfche Hof verkeerd : Indien heer vader in het leeven waar gebleeven; Zyn dood dwong me , om my na myn erfland te bege'eveiii En korts kreeg ik eens lust te reizen met myn neef, Dien ik de fchoonheld van dees landftreek zo befchreef, Dat ik hem overhaalde om reisgezel te wezen.

klaar.

Gy meent de heer baron?

konstance, tegen Klaar.

,,Zwyg Uil, of gy moogt vreezen.

lodewyk.

De reis is meest tot zyn verlugting aangeleid : Wyl hy zwaarmoedig is en vol dofgceïh'gheid ,• ja buitenfpoorig; doch niet altyd: maar by vlaagen. Hy heeft vernuft genoeg: maar als hem deeze plaagen Bekruipen, fchort het hem ten vollen in 't verftand ■ 't Geheugen gaat dan weg; dan weet hy vaderland, ' Noch ftaat noch afkomst,n och zyn eigen na'am te noemen, Maar anders is 'teen heer vol mocds en waard te roemen, Die door manhaftige krygsdaaden is berucht.

konstance. Dan is hy waard, beklaagt.

lodewyk.

Mevrouw! 'k heb groote zucht Voor zyn perfoou ; hy waar' volmaakt om te beminnen ,■ indien hy inees'.er als voorheen waar' van zyn^zinnen!

t>a.:r

Sluiten