Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i& ZUTFEN. (Bet Graaffchap)

De honderd ponden ruwe ftpiE; leveren, niet zelden, tus«. fchen de zestig en zeventig ponders goed Yzer. — Een kort ▼erfhg, aangaande de werkzaamheid in de bovengemelde Yzerhutten, zal, vertrouwen wij, veelen onzer Leezerea niet onaangenaam zijn, Tot het fiuelten van Yzer heeft men, ge. jneerdijk, ongemeen groote Ovens, welker Muuren eene ongemeen zwaare hette kunnen wederiïaan, en nü eens grooter, dan wederom kleiner, gebouwd worden. Met deeze Ovens heeft gemeenfchap de Buis van een zwaaren Blaas, balg, die, als de Oven gloeijande is, het vuur geftadig aanblaast, en brandende houdt. Deeze Blaasbalg wordt bewogen door Paarden of door Merfchen; of anders, gelijk dit in de Yaerhutte bij U/ft gefchiedt, doet men denzelven werken door middel van raderen, die door loopende wateren bewogen worden. In zulk een Oven, aan welken een geweldig groot ftookgat is, werpt men, eer dezelve geftookt wordt, op den Soieltpan, of in het midden van den Oven, eene menigte gegloeide Houtskoolen, naar gelange van de hoeveelheid van Yzer-Erts; welke Houtskoolen, door de rondom woonende Opgezetenen, van Beuken- of Eikenhout gebrand, en uitgedoofd worden, met oogmerk om 'er zich naderhand tot het Yzerfneiren van te bedienen. Op deeze Kooien werpt men vervolgens de Erts, naa dat alvoorens dezelve, zo veel doenlijk is, tot kleine ftukjes is gebroken. Zcraujds wordt onder deeze ftofFe leevende Kalk gemengd; doch dit heeft inzonderheid plaats, ingevalle de Erts zeer vast is. Vervolgens worden hier op, laag om laag Erts en Kooien gelegd, tot dat de Oven behoorlijk vol is. Den Oven aldus zijnde gevuld , fteekt men 'er den brand in, die, door middel van den gemelden Blaasbalg, geftadig wordt aan den gang gehouden. De Erts kookt men zo lang, tot dat dezelve genoegzaam gefmolten en gietBaar wordt geoordeeld. Thans giet men de dus gefmolten Erts tot Staaven-, die. vervolgens, naa eens en andermaal, van nienws, aan het vuur blootgefteld geweest te zijn, door herhaald en langduurig fmeeden en flaan, van haare aankleevende fcorie, of fchuira en vuiligheid gezuiverd worden: waar naa men ze verder wederom , naar goedvinden , in kleiner of grooter, breeder of

fiaal-

Sluiten