Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WILLEM DEN EERSTEN. 21

Dan de Onderkoningen van all' zyn Mogendheden. Oranje.

Hoe Avect de Vogelaar, door Iieftelyk geluid

En lift, de onnoos'le vink te lokken met zyn fluit;

Wie kon uw' Koning dus van zyn verftand beroven,

Dat hy geloovcn kan dat ik hem kan gelooven?

Wie heeft hem uit dien poel van tiranny gered?

Hem die een' bloedprys korts heeft op myn hoofd gezet,

En my alom gelyk een' muiter ukgekreeten,

Ja als een monfter, dat noch ziel heeft, nochgeweeten,

Gevloekt, gefcholden, Ja zelfs tegen reên en recht,

Gelyk een aardstiran het Vaderland ontzegt.

'k Zwyg van den hoon die 'k moeft in vroeger tyd bezuuren,

Wanneer (ö welk een ftnaad!) myn zoon, de Graaf van Buu-

Uit Leuven wierd geligt, en in zyn hof gevoert, (ren,

Op wiens onfchatbaar pand de Geeft'lykheid noch loert.

Ik zwyg van rampen die my over zyn gekomen,

Alleen om dat ik zocht het ondier in te toornen

Geweetensdwang, (die peft, die Wet en Staatverdelgt,

En huis en hof verflind, ja bloed en traanen zwelgt)

En dat ik gaarne zag 's Lands nutte willekeuren

Gehandhaafd, die 'k moeftzien in duizend ftukken fcheuren

Door 's Konings laft. Vertrouwt ge noch, Heer Afgezant,

Dat hy my fchenken zou 't beftier van Nederland,

Op zulk een voorwaarde als hy my komt aan te bieden ?

En wat ik vorder zag in dit Geweft gefchieden,

Daar 't hair te berg van ryft, is -beft hier niet vertoont,

Dan dit alleen hoe hy getrouwe dienaars loont:

Wat had de braaffte Held, die immer was, misdreeven,

Die Vrankryk tweemaal heeft doen iiddcren en beeven,

En 's Konings troon, die reeds aan't vallen was,gefterkt,

Ja die zyn huw'lyk heeft met Engeland bewerkt,

'kMeen Egmond, die men niet dan met ontzag kan noemen?

Hoe kon hy zulk een hoofd, door Alvaas wrevel, doemen,

(Ik yze als ik 't herdenk) op 't bloedig hoffchavot?

'k Zwyg nu vanHoorne, meê deelachtig aan dat lot,

En Bergen, Montigny, en duizend held're lichten

IJ 3 Van

Sluiten