Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HUUWELY1C 21

DERDE TOONEEL.

Jeronimo, Rykert.

A/T Jeronimo. 1VI Vn vriend 'k bén bly Dat wy malkand'ren hier ontmoeten, Ik meende u zo te gaan begroeten, ' Om u te zeggen, dat Belier, de goudfmidt, my Eendikfteen heeft getoont van tien Karaat, diehéden Lerit uit Ooft-Inje is hier gekomen over land • Heel zuiver, fPeclend, net van water, die met réden Wel heeten mag zo fraai een diamant, Als iemand met zyn oogen mag aanfehouwen. "Rykert.

Myn heer Jeronimo, die zaak heeft nóch geen haaft. Jeronimo.

Wel hoe myn heer ! wat 's dit? ik liaa geheel verbaaft • is zulk een heftig vier zo fchielyk aan 't verkouwen? Rykert.

Een afkeer tót de trouw kwam my daar fchielyk aan, ±m k wou wel, eer dat ik daar vérder in wil gaan Dat gy noch eensopréchtuwmeining my woudzeggen: Voor al dat gy me een droom eens uit woudt leggen, Die ik naa 't middagmaal gehad heb, én die my Brengt in een vreemde fantazy. Jy weet, fchoon fommige met droomen gekken Daar is fomtyds veel voordeel uit te trekken- ' Dewylmen dikmaals uithetgeen men droomt, voorziet Het geen ons naakende is, 'tzy biydfchap, ófverdriet. My docht, k was ineenfchip.in'tmiddenvandebaaren

Uie ongeftuimig heen en wcêr Uns flingerden

Jeronimo.

Ik M„ „i- clky\d verfch0°" me-tóch; myn heer, iJC bén met «fgerécht om droomen te verklaaren

B 3 Oox

Sluiten