is toegevoegd aan uw favorieten.

Byvoegzels op het vaderlandsch woordenboek, oorspronklyk verzameld door Jacobus Kok. H-Z.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OUDAAN. (JOACHIM') agr

Hoogerchool te Leiden , en onder den naam van guliclmus codd^us bij de Geleerden bekend, 't Gerugt van de kunde en geleerdheid deezer Broederen, welke te meer bewonderd wierdt, omdat eenvoudig boerenwerk hun hoofdbedrijf was, trok veele Jongelingen van 't nabuurige Hoogefchoole na buiten , om kennis te neemen van zo vreemd een verfchijnzel. 'Er wordt verhaald , dat Prins maumts, op zekeren tijd, in de nabuurfchap van Rijr.sburg rijdende, in gezelfchap van den Heere de maurier , Franfchen Gezant bij de Algemeene Staaten , den seleerden willem in 't oog kreeg, daar hij, nevens zijne Broeders, bezig was met eenig boerenwerk te verrigten. De Prins den Gezant verhaald hebbende, dat men hier te lande boeren vandt van geene geringe kunde, wenkte de Broeders, en fprak hen aan, eerst in deFranfche, daarnaa in de Latijnfche taaie; op zijne vraagen ontving de Vorst vaardig antwoord in beiderieie fpraake , tot geen geringe verwondering en voldoening van den Franschman. Willem was bij maurits bijzonder bekend, en ftondt bij hem in hooge agting.

Aan deeze Broeders van der kodde , opdat wij dit in *t voorbijgaan aantekenen, allen Oud-ooraen van onzen oudaan, moet de oorfprong van de Vergaderinge der Rijnsburgers, beter bekend bij den naam Collegianten , worden toegefchreeven. Toen naamlijk de Remonftrantschgezinde Leeraars , wier Leerbegrippen de Broeders waren toegedsan, ten Lande uitgedreeven waren , begonnen zij hunne huisgezinnen te ftigten en te oefïjnen in den Godsdienst, door het voorlee. zen en verklaaren van eenlg Hoofdftuk der H. Schriftuure, met bijvoeging van vermaaningen ter Godsvrugt. Andere huisgezinnen volgden hun voorbeeld. Het bleef hier niet bij; want men vondt 'er onder deeze luiden, die zich verbeeldden , dat dusdanig een Godsdierftig onderwijs, hoewel uit nood begonnen, op Godlijk gezag rustte ; hun zeggen fterke .de met eene plaats uit het veertiende Hoofdftuk des eer» ften B 'iefs van Pauius aan de Korintiërs. Welhaast wierdt het Pr^cikamp, geheel uitgeflooten , en hoorde men eenigen ?eggea, dat men de Predikanten niet meer, noodig hadt.

Aft