Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

NEGENDE TONNEEL. 153

een volkoomen bewys dat gy by uwe lafhartigheid eene laage ziel voegd , die niets kend dat beminnenswaardig is, dan het geld. Die my verlaat, om dat ik iets minder geld had dan Placidia , en om geene andere reden, dan uit laag eigen belang weer tot my koomt; niet uit eenige liefde voor my; trouwens kan 'er liefde wonen in zo een gemeene ziel ? Maar om dat gy nergens meer geld weet te bekoomen. Ik heb den Heer Krauwl gezegt hy zou zig zelf bezien, wyl ik verheugd was dat gy Juffrouw Placidia verliet, niet om dat ik eenige fmaak in ü, met al uw af en aanhang had, maar om dat daar door Juffrouw Placidia , van de vervolging van eenen lastigen naloper, minder te agten dan een doode hond, bevryd wierd.

Hazek: Ik bid onderdaanigft, op het nederigft , my niet te veroordeelen , voor gy my eerft hebt gehoord myne allerwaardfle Clelia.

Clel. Ik zie uwe kruipende ziel van drek is nog veragtelyker als ik my kon verbeelden; durft gy u verfchoonen, en wenft gy niet dat de aarde u verzwelge ? Om het verwyt van uwe fchande niet op het voorhooft van ieder fterveling te leezen. Ga ver hier van daan , fta ver van my , uw adem mogt het uiterfte myner kleedercn bezwalken ; de eenigfte plaats waar gy nog met eenige grond kunt hoopen aangenomen te worden , is, waar het uitfehot der vrouwen , ter ftraf hun tyd met fpinnen doorbrengt ; zit K 5 daar

Sluiten