Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T O O N E E L S P E L. 149

baron.

Uw pere kon dat ook niet wceten, want ik hoorde het zelf eerst voor eenige minuuten.

graaf.

Vous parlez des enigmes.

baron.

Kort en goed 1 üe jongeling , die ons heden op den weg overviel. — Gij weet immers nog wel, hoe gij zoo ijllings verdweent ?

graaf.

Ik heb eene confufe erïnnering daarvan. Slechts verder!

baron.

Nu, juist die is mijn zoon!

GRAAF.

Juist die? — maar de mooglijkheid ? de middelen om het te gelooven?

baron.

Nu ja, hij. . • . O» ftito tegen den Dominé.') Mijnheer Eerman! bij mijne ziel, ik fchaam mij voor den lafbek!

EERMAN»

Een man als gij, voor zulk een half mensch?

baron; overluid, Hij is mijn zoon, van de linker zijde. Maar dat doet 'er niets toe ! Binnen een paar weeken trouw ik zijne moeder, en die'er een fcheef gezigt om trekt, dien breek ik den hals. — Ja, ja, Amalia 1 fpalk je K 3 8ro°-

Sluiten