is toegevoegd aan je favorieten.

De burgemeester, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

102 DE BURGEMEESTER,

blasdorf, tegen den [ïadsfchry ver. Ik weet niet, wat gy wilt!

Tegen Gatthelf. Dus, myn vriend, uw naam; ik moet 'er op aandringen.

gotthelf.

Uwe woorden zyn zo gunstig, zo üefdcryk; gy ftort zo veel troost en vertrouwen in myn hart, dat ik u alles, alles zal ontdekken; zelfs myn' doopcedu!, het eenig overblyffe! van myn voorig geluk, zal ik u vertoonen. Maar mag ik zo vry zyn u te verzoeken , dat ik my Hechts aan u - alléén moge openbaaren ?

- de stadsschryver, geïrgerd, ter zyde^ Waartoe dat ?

blasdorf.

Zeer gaarne, vriend,

By zichzelven. Deeze man beweegt my; ik weet niet waarom. Hard op.

Heer (ïadsfchryver, gelieft het u ons een oogenbiik alleen te laaten ?

de stadsschryver.

Cave Domine Procunful, ne folus remaneas cum üle homine! Habet jaciem ncquisjimam.

gotthelf.

Mynheer, dat verfta ik. 6 Dat grieft! dat grieft! Dus kunnen oude lappen alleen booswichten bedekken ?