Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

26 DE DOCHTER DER NATUUR.

HENDRIK.

. Ik moest die landhoeve koopen, als of ze mij toebehooren zou, en — men denkt, dat gij ze van mij huurt —

WALBORN.

Nu, waarom herkauwt gij dat wcêr ? — dit weet ik immers.

H E N D R I K.

Zeer goed, maar —

W A L B O R N.

Nu? maar?

HENDRIK.

Het gaat ons even zoo , a!s voorname lieden. Ik ben — verliefd — tot aan de ooreu toe.

W A L ]J O R N.

En nog Haat de gek hier te babbelen. Ga dan naar uwe Dulcinea.

HENDRIK.

Heb ik dus verlof van U?

WALBORN.

ó Ja.' waarom dat niet?

HENDRIK.

Maar men houdt mij voor den eigenaar van de boerderij, en bedriegen kan ik niet meer, zedert ik hier woon.

'wal-

Sluiten