Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

•f de DAG der ZOTHEID. *%-

gy het hoorde; ik deed het alleenlyk om haare gevoelens te ontdekken, want in den grond..... De Graaf. Vyftig piftolen, een paard! en dat men hem naar zyne ouders zende.

Bazilius. Maar, myn heer, om een korswyl!

De Graaf. Ik hebbe op gifter den kleinen ligtmis noch by. de dochter van den tuinman verraft.

Bazilius.

By Francina?

De Graaf. En dat wel in haare kamer.

Susanna.

Alwaar myn heer mede wat te doen. had naai; gedachten.

De Graaf, [pottende. De fchimpfchoot behaagt my.

Bazliius. Hy voorfpelt iets goeds.

De Graaf. Ik ging Antonio zoeken myn dronken tuinman,

om hem myne bevelen te geeven. Ik kloppe,

men laat my wachten; uwe nicht fcheen in verwarring ; ik kryg achterdocht; ik fpreek met haar; en zie in het rond; ik ontdekke achter de deur een gordyn, een mantel, ik weet niet wat, waar onder eenige klederen verborgen waaren; ik nader zachtjes, ■om het gordyn weg te trekken, (De graaf gaat, terzvyl by dit verbaalt, naar de armfloel, en $gtp om de gebaarden te beier na te bootfen, de fok of, ,die fufanna over dezelve gehangen heeft) enikzie.,.. ( by ontdekt de page in de foei.) Ha!......

Bazilius. Ha, ha! B4

Sluiten