Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6

ALLEENSPRAAK van

Kyk dan, kom dan by my ; ik zal je 't ftuk verhaalen,

Ik weet veel beter dan dat volk, dat uit Westphalen

Pas hier aan wal komt, hoe de vreesfelyke vlam

Van twisten en krakeel eerst zynen oorfprong nam.

'T komt anders niet als van dat fchandelyk omhelzen,

Dat wulpfche Floris deed met onze nichtjen Velzen.

Daar ligt de regte knoop, en dat hy d' adel net,

Behandelde gelyk een oude vuile liet.

Ta, als ik nydig word, durf ik het heel wel zeggen;

Men zou, als men 'c maar wist, de fchuld op my niet leggen,

Ik heb het niet gedaan , dat weet de goeje Joost,

En dat is nog en blyft myn allermeeste troost,

De Aartsbisfchop aan den Rhyn , kon met zyn nydige oogen,

Graaf Floris tffaagfchap in het bisdom niet gedoogen,

Gaf hy aan Gozewyn geen' öuwerwetfchen fchop,

En zette hy zyn' neef niet flraks den Mytcr op?

Moest ik en Woerden niet, of'hy ons wou verkoopen,

Vlak naast Mynheer zyn paard, als twee gevangnen loopen?

Met honderd jongens en met wyven agrer aan ,

Heel Utrecht door, dar elk verbaasd bleef caapend (kan?

En fommigen ons braaf met vuilnis en met fEeéSën

\Tast fmeeten naar den kop , dat Woerden bei zyn fcheenen,

Bykans verlooren had, door zo een' itecn doorboord.

Men heeft my 't Vreclauds Slot ontweldigd, hem Montfoort,

Dat oud Cavalje kostte veel van reparecren,

En was alleen geboud om . ons te tourmenteeren;

Dus ben ik daar ook juist zo heel bedroefd niet om ,

Maar Swaneiiburg! Ja! toen ik dat gaf, was ik dom.

Dat fpeet my Sacraments , ik moest voord hulde zweéfen,

Want toen was ik Vafal van al die mooije Heereri,

Daar anders niemand in myn zaak zyn' neus ooit ftak,

Dat drukte my wel 't meest als 't allerzwaarfte pak.

Dat Haarlems muggen goed, zoekt maar myn fterke wallen,

Tc ffegten tot hun baat, die haat ik 't meest van allen.

Want dat's baatzuchtig volk, die quaft, als uit wraak

Om Floris dood, vast braaf wat pasten op hun zaak.

'Zo

Sluiten