Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3o DE ONGELUKKIGE N,

valk, ernstig. Waarlijk! ja ! zeer ongelukkig !

emanuel.

Die man ben ik, Emanuel Valk. Te vergeefs lagcht de lente mij toe, want ik zie in haar flecbts 't werktuiglijke der natuur. Te vergeefs wenkt mij de vreugde , want zij ftaat over mijn eeuwig open graf. Ik bewonder geen grooten geest, want ik voorzie in hem flechts eene HgtKjk te verfioorene organifatie. Liefde en vriendi'cbap zijn voor mij fchijn-gedaanten, die een druppel bloeds méér of min in weinige oogenblikken fclnep, zoo als een warme regen krachtlooze nachcfchaden doet opkoomen.

valk, aangedaan.

Arm man!

emanuel, bij zich zeiven. Arm, arm man!

valk.

Wat kan, in deeze gefteldheid, de ervenis van uwen neef voor u van nut weezen ?

emanuel.

Van zeer weinig. Maar toch eene bedwelming konde zij mij bezorgen. Ik zoude, zoo als de rijken gewoon zijn te doen, vleijers en hofnarren rondom mij verzamelen , om mij , zoo dikwijls de kwaade geest der wijsgeerte mij naderde,

fprook-

Sluiten