Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i m f) ■

vallen. Andermaal! Syraöh heeft gelyk, als hy zegt: ,, myn kind wees niet al te rechtvaardig!" Eene mate van oogluiking is zo noodig voor een' regent, als eene mate geftrengheid,

C A P I T T E L XIX.

Men bied Pieteb. het Hopmanfchap over eene Compagnie Burgers aan. Hy weigert het. Een verwonderlyk Capittel voor vele Hopmannen.

Het'is een oud fpreekwoord, dat de gewoonte de tweede natuur is. Ik ben 'er onder de menfehen niet mede in myn' fèhik. My dunkt dat het onder de aapen alleen moest plaats hebben, of onder de honden en pappegaaijen; by zulk tuig is eene gewoonte van geen' invloed op de menfehen; ten minfte op verftandige menfehen , maar eene malle of dwingende gewoonte onder de menfehen, en byzonder by regeerende menfehen , kan doodelyke gevolgen naar zich Hepen; ten minfte kunnen -'er verwarringen door ontftaan, die invloed hebben op de vryheid én het welvaren der volken.

De gewoonte had in de Stad van Pieter tot een tweede natuur des burgerkrygsraad gemaakt, geen hoplieden aan te ftellen, dan mannen van regeering. Zo 'er een andere hopman onderliep, was het om de gemeente te toonen, dat men, volgens de keur dier ftede, ook hoplieden nam tut het ligchaam der burgery. Eene fyne greep voorzeker! Maar als men in het verkiezen van een' burgerhopman van de tweede natuur van den krygsraad afD 3 ging 3

Sluiten