Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

34 EDUARD en ELEONORA,

Gy, engelen des doods', reeds warende aan myn zyde! Myn fcheemrend oog! myn hart, dat niets dan liefde flaat! Myn bevende armen ! ach! getuigt in welk een' ftaat Die liefde my beheerscht; hoe fterk zy my doet blaken!

ELEONORA. Gy zult dan van myn fmart welras een einde maken. EDUARD.

Ach! kon ik al uw leed doen overgaan op my! De fmart verliest haar kracht, zo ik voor u die Iy'.

ELEONORA.

Hoor my dan , Eduard. 'k Zal niets dan waarheid fpreken : Myne openhartigheid is u altoos gebleken; Geen drift verbystert my. 'tGaat vast, bet uiterste uur, Dat ons van 't leven fcheid, is fchriklyk voor natuur, En doet gelukkigen, als my, op 't nadren beven. Maar 't ftrekt my meer tot'fchrik uw fterflot te overleven! Dan fterf ik duizendwerf, 'k Gevoel het wreedst verdriet Als ik hieraan flechts denk. Verlaat, verlaat my niet! EDUARD.

Waarom doorgrieft gy my met zo veel liefdeblyken ? Niets kan myn vast befluit doen wankelen of wyken.

ELEONORA. 6 Eigenbatig mensen ! helaas! welras vergeet Uw ziel de waereld, èn haar' kommer , zorg en leed; Welras zal 't ftille graf uw fmart, rzelv' befluiten; Maar ik, verlaten weêuw, en vaderlooze fpruiten, Wy vinden heul noch troost in'trustloos aardsch gewoe!,

En

Sluiten