Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T O O MEESPEL. £1

fr Ei], 'koel, bij zig zeivenJ) i Wonderen gebeuren 'er niet, en aan zingen en bidden is mijn lieer ook niet gewoon.

birg.

Uw Heer heeft dus zig zelven, door weldadigheid, tct den bedelzak gebragt?

FREIJ.

Ja wel, heeft hij dat gedaan!

b irg.

Dat is genoeg; en als het ongeluk van den Zoon mijnen ouden Majoor maar zo ver kan brengen , dat hij deeze wildernis verlaat, en zijne toevlugt weder tot de menfchen neemt — dan heeft de Hemel veel geholpen.

freij (ziet hem aan, en gaat weder zitten?)

Wel nu, in s'Hemels naam! — maar zeg mij toch, waarom uw oude Majoor zig in dit eenzaam moordenaarsnol zo langzaam aan het fpit der armoede laat omdraijen?

birg.

Ach! danrtoe komt het een bij het andere! — hoogmoed—menfchenbaat — aandrang tot zwaarmoedigheid —

f r e ij.

En hier wil hij zig herttellen^

birg.

Ook is het wel mogelijk, dat hem zijn gewezen riddergoed tFoelbingen, een half uur van hier gelegen— Gij moet 'et voorbij gekomen zijn....

B 3 freij.

Sluiten