Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DER. ENGELSCI1EN EN RUSSEN. 29

nimmer, in myn huis, aan de voeten van een vryhcidlievend meisje neder.

windhaan, opfiaande. Ik knKlde a!s Haaf der iiefde.

VRYAART.

Maar, gy moest bedenken dat gy in Noordhc,!land zyt.

R O OSJE.

Hoor, nrynheer Windhaan! ik ben geen minnares van veinzen: dus zal ik maar, met ronde woorden, u verklaren dat ik u niet kan beminnen.

windhaan.

Dit is voor my een donderdag!

ROOSJE.

Gy hebt hem kunnen vóórzien: nimmer heb ik u, by myn weten, eenigen fehyn van hoop gege. ven, maar, integendeel, uwe liefkozingen aUyd van de hand gewezen.

windhaan. Heiaas! en uit welke wreede oorzaak ?

ROOSJE.

Die is my bekend. . „

windhaan. Mag ik dezelve óók niet weten ?

y ROOSJE.

Wel nu ! het is. omdat ik reeds een' ander' bemin.

win d-

Sluiten