Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

< (5 >

*t Is of het denkbeeld van het donker gevoel zijns Ievens zeekerheid in mij wordtl 6 Ware het mogelijk, Hemel! kon het mogelijk zijn, dat ik hem weder zag, geef hem dan een goed en vergeeflijk hart jegens mij of laat mij fterven , als hij het mij niet vergeeven ianJ Ach, Brando.' Brando! zaagt gij hoe diep ik ge-> vallen ben. Ik, uwe Emilia! <ver!aaten en ellendig ! met twee onfchuldige kinderen ! ó God!

TWEEDE TOONEEL.

KAR EL, EMILIA, K A R E L.

Weent gij al weder, moederlief? zeeker om vader i niet waar? Ach! hij is helaas! dood! maar hij wilde nog op het Iaatfte, toen hij ftierf, dat wij niet te zeer over zijnen dood zouden treuren — want het zou ons allen goed en wel gaan — als wij maar goed waren.

EMILIA.

d Goed kind! gij fpreekt 'er maar los overheen, terwijl gij de fmarte over den dopd uwes vaders nog niet in zijnen geheelen omvang gevoelen kunt, gelijk ik die maar te diep in mijne ziele gevoel. Wist gij alles, goede Karei! wist gij het! uw vader heeft u beiden mij. naagelaaten — en gij en Lotje zijc mij een dierbaar ge^ fchenk; wijl uw vader mij ook lief en waard was. yJVlaar de toeftand, waarin hij u mij agterliet — ö die finart mij- Wij zijn zonder middelen, zonder bijftand , zonder vrienden. — In fchulden! ach, als gij en Lotje 'ej maar. «iet waren.

KA'

Sluiten