Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

OF DE LIGTVAERDIGE GEMAAL. 37

|k wil naer dezen dag, hem nimmer weder zien. Dien fnode!.. die vervult met alle flinkfchc ftreken! . .

Soliman.

Ach ! dat wij heden niet van uwefchijding fpreken. Beramen wij eerft hoe men thans in het geval, Ter ftuiting van 't gerugt, zich beft gedragen zal. Het is onz' aller pligt de zaek gehijm te houden.

Palmire, Vloekwaerdig ogenblik, toen ik hem 't eerft aenIchouwden!

HERCID.

Bedaer mijn Dogter, wijl een nutteloos geklag, Een vrugteloos ver wyt, ons thans niets baten mag. Wilt veeleer uwe tijd met mij in zorg hefteden; En meld mij uw befluit in deez' noodlottigheden.

Palmire. Mijn waerde Vader, ach! ik weet in deze ftrijd, Nog van befluit, nogoverleg; uw goed beleid, Uwgunft, uwtederheen', daer'k vylig op kan bouwen,

Doen mij al mijn belang aen uwe zorg betrouwen. IntulTchen, door 't gewigt der fmarte afgeflooft, Verlangd mijn zwoegend hart, mijn afgemijmerd hooft,

Ter tuffchenpozinge, een wijnig rufttefmaken; Om met vernieuwde kragt, ter redd'ring mijner

zaken, Aen 't werk te gaen.

Hercid. Wel aen mijn Dogter, gaet met mij Naer onzen woning; daer zijn wij volkomen vrij, Om 't nodige voor uwe toeftand te beramen.

Roxelanë. Dit overleg is goed. Mijn Vader! laet ons t'zatnen, C 3 Ia

Sluiten