Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KAMER. TREURSPEL. «

Den troon vermeld, en een gernecnebest gcflicht.

SENECA.

''k Verftaa u, Fabius! -— 'k Heb lang genoeg in Romen De taal der lippen en der harten waargenomen.

FABIUS.

JBehoedtmy, Goón! — 't fchynt dat my Seneca verdenkt. SENECA.

En my, dat Fabius zyn ftam verzaakt, en zwenkt. Kunt gy ook 't vuige juk der flaaverny verkiezen ? Ach ! moet de vryheid dan op nieuw een held verliezen ? Moet Romen, Romen , dat zolang reeds heeft geftaan, Door wreedheid onderdrukt, door lafheid ondergaan? Waan niet,ö Fabius !des dwinglands trotsch te fnuiken, De fcherpte van den byl, vergif of flrop te ontduiken, Door hem te vleijen, door te vliegen van zyn hand, Geftaag te moorden,als zyn hart van moordlust brandts Eens daagt het oogenblik dat gy hem zult mishaagen: De dolk is reeds gewet om u in 't hart te jaagen. Wie leeft in Romen, die zich veiligheid belooft, Nu hy Octavia van 't leven heeft beroofd, Die zachte fchoonheid, zo beminlyk in haar zeden Als edel van geflacht, door Romen aangebeden? t Scheen dat hy voor al 't volk de dolle kervel fchonk, Toen zy, op zyn bevel, bedaard dien beker dronk.

A 3 Ik

Sluiten