Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gö fiE ÈDÈLM OEDtGË ZOON,-

ZEVENDE T O O N E E L. Mevrouw van velsen* jan.

j a n.

Wat is 'er gebeurd, mama ? De boekhouder fcbeen ontfteld.

Mev VAN velsen.

Och, kantoorzaken ! Een koopman is dageiyks aan duizend moeijelykheden blootgefteld,, en gy weet, uw vader tilt alles zo zwaar. Maar, apropo: hebt gy van nacht niet veel verloren ?

jan.

Niet extra , doch noch al een weinig. En myn geld...

MeV. van velsen.

Wat ik u bidden mag, lieve Jan, draag toch zorg dat uwe uitgaven niet te hoog loopcn. Uw vader heeft daareven reeds eenige aanmerkingen beginnen te maken over uwe verteeririgen.

j a n.

Dacht ik het niet! was het daarom dat hy zo grommig zag.

Mev. van velsen.

Gy zult weldoen met een vrindelyk affcheid van uw' broeder te nemen.

j a n.

Gaarne. Zo vrindelyk als men begeert. Mits dat hy maar vertrekt. .

Sluiten