Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LANDSPEL. 29

ERASTUS.

Uw zorgverwekkend gedrag, maakt dat ik niet weet, of ik my verheugen mag. Om 's Hemels wil, myn vriend, ruk my uit de onzekerheid! Wie heeft het u overgegeven ?

SIMON.

ja — men heeft my verboden, u zulks te zeggen.

ERASTUS.

Nu, myn Triend, maakt my niet meer onrustig. Daar neem het weder terug; ik kan het niet aannec men, tot dat ik weet, op wat wyze gy het bekomen hebt.

SIMON.

Nu, wel aan dan. — Ik neeme het niet weder te rug... Wat zyn dat voor bedenkingen ?

ERASTUS.

Nu, fpreek uit, Simon, fpreek uit!

SIMON.

ïk — daar ik uit de Stad kwam — daar — onder aan het gebergte, heb ik het gevonden.

ERASTUS. 1

Zo, lieg maar, oude eerlyke man! uwe fpraak verraad u.

SIMON.

Ik geloof, dat gy my in het hart zien kunt.

ERASTUS.

ü Neen! dat kan ik niet maar gy gedraagd u zo

Hecht

Sluiten