Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL.

33

TWEEDE BEDRYF.

EERSTE T O O N E E L.

ARNOLD, Jllfvr. SCHULTS. ARNOLD.

(jy hebt dan den Vader van Julia nooit gekend? Nu, dan zal ik haar Vader blyven ; deeze daad heeft voor my iets ftreelends. Vervolg nu uw verhaal, als 't u gelieft!

Jufvr. SCHULTS. Gy zult ligtelyk gelooven, Mynheer, dat ik in niets meerder belang Hel dan in het geluk van dit kind. Myne hartelyke vriendfchap voor de Moeder van Julia, waar door ik in alle haare rampen deelde , heeft een reeks van jaaren myn leeven verbittert. Ik had haar eerfte jeugd zien ontluiken , want zy wierd door myn Moeder opgevoed. Wy waren dus in onze vroege jeugd reeds tedere vriendinnen: haare vriendfchap voor my was niet minder teder en oprecht. Onze wederzydfche verknogtheid aan elkander wierd nog fterker door haar ongelukkig noodlot , en wel byzonder toen de laaghartige verleider van haare onfchuld, haare deugd overwonnen , en haar verlaaten had.

C AR-

Sluiten