Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

B L IJ S P E L,

JA KOE.

Waar is Hanneszen ?

KNUPPEL.

Waarom ?

J A K O B.

Nu , 'er is toch geen waarom of 'er is ook een daarom. Is hij niet te huis?

KNUPPEL.

Neen, wat wou jij van hem hebben ?

JAK O B.

Als ik toch niet meer van hem hebben moeit als jij, zouden de vaatjes in je winkel wat voller wezen.

KNUPPEL.

Ik geloof waarachtig dat jij wat in je fchild voert.

JAKOB.

Nu in mijn fchild: ik voer altijd wat in mijn fchild. Pas op je zakken burg?r Knuppel, (hij haalt Knuppel behendig de tabaksdoos uit de zak.) Kijk reis, burger Knuppel'. een mooije tabaksdoos gevonden.

KNUPPEL.

' Laat reis zien? wat! jouw weêrgaafche gauwdief, waar heb jij die gevonden? dat is mijn doos,

JAKOB.

Wat geef jij me als ik het zeg.

KNUff i L.

Een oorvijg, $n drie als jij het niet zegt.

». B S JAKOB.

Sluiten