Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 11 TWEEDE TOON E E L.

lusignan, l0ui3e, ibraii ui, i b ra ii i m.

Ik kom, Lujignan, volgends beloften, U bericht geeven, wat 'cr is van de tijding der nadering uwer Landgenoten ; — 't Is al te waar, de Franfchen, die zich Republi. qiiainen noemen , verwinnen alom , waar zij vcrfchijnen ; — „Denkt dat gij Franfchen zijt!" dit enkel woord (zegt men) is genoeg, om hun den dood tegen te doen vliegen , en alle gevaren te tarten. —- Maitha ! het onoverwinnelijke Maitba, bukte voor hunne wapenen. — De Bevelhebber, die hun geleidt, fchroomt niets ; men zegt dat zij rflexdndriën zullen aandoen. Het gerucht verfpreidt zich, dat zij reeds in de nabijheid zijn, zoo datonze Bevelhebber zich tot cenigen tegcnftand gereed houdt; — Sommigen bewceren , dat zij alleen tegen de Mei/s willen ftrijden — anr deren dat zij de roode Zee willen overtrekken , en de bezittingen der Engelfchen aanvallen. De geruchten zijn verbazend verfchillend, maar hunnq komst zecker.

lusignan. (vrolijk.') Mogt ik mijne Landgenooten nog eens eenmaal zien zeegepralcn!- -Hoort gij het wel Louife? de Franfchen , uwe Landgenooten, naderen ! Gij zult uwe Broeders Zien !

i. o p i s e. (hem omhelzende.) Nu is het uit met uwe zorgen, mijn Vader! — wat hen ik verblijd! de vrees wijkt geheel!

? 3 hv,

Sluiten