Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

G E B O O R E N. 33

Daar dient geen grootheid toe in 't Waereldsch. Neen! ÓNeen! Maar grootheid van veriTand en Godlijkheid met één. Hij zal ons ook den weg tot die verblijfplaats toonen, Waar Vader Abraham en de andere Vroomen woonen Dit denk ik van den Vorst, die komen zal op aard ? Wat is van Davids Stam in aanzien nog bewaard, Wat moet men uit de taal van den Propheet befluiten i „ Er zal een fchoone loot, een frisfche telg ontfpruiteri „ Uit d'afgehouwen tronk van Izaï. 't Gedacht Van David draagt geen blijk van Vorftelijke pracht, 't Zijn arme lieden, die, van 't krieken van den morgen j Tot de avondfchemering voor zobre leeftogt zorgen, Dus komt 'er,naar de taal van Gods onfaalbaar woord, Uit Davids ouden Stam een frisfche fcheut hervoort, Dan word die Heilland in een fchaam'leri Stand geboorea ; De luister van den Stam van David is verlooren De Heilland . . . .■

C

b Ë R-

Sluiten