Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i48 EEUW DER MISLEIDING.

gekomen, zich niet van zijne eigene opvatting liet te rug brengen; want toch dat oordeel ftrijdt geheel en al met de voorftelling van Jefus zoendood, die in de Christelijke leere van s' menfehen verlosfing, voor een eenigfints nadenkend mensch, begrepen is. Volgends de Christelijke leere greep God niet als een toornig mensch rond, die, niet anders om zich te wreken vindende, zijnen Zoon nam, — want zeer bedaard maakte God, vcele eeuwen achter een, vooraf fchikking, om alles tot de komfte van zijnen Zoon te bereiden, ten einde het groote, welk Hij door Hem wilde uitvoeren, 't beste gevolg mogt hebben! — Hoe geheel anders dan een toornig mensch! Hoe bedaard handelde God?! Volgends de Christelijke leere zond God zijnen zoon, die, om ons te redden, mensch werden en voor ons lijden moest, op dat in Hem, God zou doen blijken zijne hoogfte rechtveerdigheid, welke door ons, zondigende, niet erkend, niet geëerbiedigd was. Zoo bedaard, zoo ftandvastig, zoo onveranderlijk moest God zich in Hem van het kwaad, welk Hij ons vergeven wilde, betoonen afkeerig te zijn en betoonde Hij zich, op dat wij gered wordende nooit hope voeden konden, om ongeftraft verder te blijven voordgaan met zondigen, en wij nimmer de zonde, als eene geringe zake,konden aanmerken, ais wij v;n hare ftraflén bevrijd wierden; maar de heiligheid des harten cn des wandels zo noodzakelijk,

Sluiten