Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

over JOB XXVI. vs. 14. 21

Job zegt met waarheid, dat wy onkundig in eenige van de werken Gods zyn, die groot zyn en ook zigtbaar voor onze oogen; maar de Godheid die wy erkennen, heeft het gantsch heelal, dat is al wat buiten hem gevonden wordt, gefchaa. pen. ö Godlyk wonder! Hy riep dit alles; wat boven, beneden , en rondom ons is, wat wy zien en niet zien kunnen; Hy riep dat alles dit niet was, dat het zy. Ziet hier een geheim, dat voor het vernuft verborgen is, en fchrandere Wysgeeren verbyfterd, en hen tot het dooiend denkbeeld van eene eeuwige ftoffe heeft doen vervallen. Maar als wy dit gantsch heelal ons voorftellen, wat vinden wy dan indeszelfs overdenking tallooze dieptens, waarin alle onze kennis wegzinkt !

Ik beken, dat de Hemelen zoo wel als de aarde ons Gods eer vermelden, dat zy ons door haare aan wezenheid, wondere zamenftelling, en heerlyke orde klaar doen zien, dat 'er een almagtig en alwys God is, die haar gemaakt heeft, die ze beftuurdt, en nog onderhoudt; dit alles is duidelyk, zelfs voor het vernuft; maar welk een nevel, welk eene tastbaare duifternis bedekt niet ons verftand, als wy dit heelal eens zelve zullen nafpooren! welk eene tallooze menigte van onzigtbaare geesten heeft de eeuwige Maaker tot zynen en oozen dienst gefchaapen! geesten, die wy niet met onze ligchaamlyke oogen kunnen befchouwen. Vraagt het aan Gods heilige mannen, en zy zullen ons, door Gods Geest gedreeven, zeggen, dat 'er zyn Engelenen Aardsengelen,CherubynenenSeraphynen, Troonen, en magtige Kragten, en Vorftendommen. Deeze zyn by duizenden gefchaapen; want duizendmaal duizend die. nen Hem, en tienduizendmaal duizend ftaan voor Hem.

Dit alles weeten wy, en ontwyffelbaar, maar wat weeten wy van hun inwendig beftaan, van hunne hoedanigheden, werking, bediening, en aantal? zoo weinig, myne Vrienden! dat het als niets te reekenen is, by het geen wy 'er niet van weeten , en waar van wy moeten uitroepen: deeze kennis is my te hoog!

C 3 Welk

Sluiten