Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 6 )

Dat ik myn Eed en Plicht, voor uw meer zoek

te krenken,

Ik ben Rhynlands Dienaar, en geenfins een Sluiters knegt,

Ik ben zelfs aangefleld, van Noordwyk haar gerecht ,

Om wie het Land befteeld, om zulke zaak te

weeren,

En het Gemcneland, getrouw te Adfifteeren, En is myn Baas een Schelm, die Eed nog Plicht

ontziet,

Ik blyf een Eerlyk Man, neen, neen, dat doen

ik niet,

Begrypt eens wat hy denkt, als dat hy vry mag

Stuiken,

Om dat myn Heer zyn Vaar, geen Wyn nooit

kwam gebruiken, (Ten minftc in zyn Huis,) die d'Impoft had betaald,

Myn Baas gelyk een Man van wie my wierd verhaald,

Die redelyk aan zyn Rrood en zyn beftaan kon

koomen,

En echter niet te vreen, zo hadhy ondernoomen, Om aan Diaconie te vraagen onderftand, Zy weezen zulk een Man als recht was van de hand, Ik ben een Ledemaat, dusdiend gymy tegceven, Liet hyzichhooren, hoor dat is ons om het ceven, Gy krygt niet was de taal, gy hebt het niet vandoen, Daar zyn behoeftigcr, foey, het is geenfatroen, Een Man als gy, dat die om onderftand durft

vraagen,

En nu tot laften van den Armen op komt draagen, Wel waarom dat fprak hy, myn Moer als ook

- ; myn Vaar,

Myn Grootvaar, en al myn Famielje met elkaar,

Die

Sluiten