Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T O ONEELSPEL. \7

HERCIDUS.

Spreekt myne meestercsfe van my?

PYRRHA.

Ja; ik overdacht uw' nieuw verkregen ftand; hy fchynt zeker, oppervlakkig, niet onaannemelyk...

HERCIDUS.

Voor het minst belooft hy my rust, overvloed...

PYRRHA.

En verveling. Mannen, niets dan mannen, en al- . tyd mannen!

HERCIDUS.

Ik gevoel dat het my moeijelyk zal vallen hieraan gewoon te worden...

PYRRHA.

Dat geloof ik ook; op uw' ouderdom is men gevoelig; ik, Hercidus! ik ben het boven maten!

HERCIDUS.

Inderdaad, gy begrypt het wel: ik ben eenigszins te beklagen.

v PYRRHA.

En ik, ik heb medelyden met u.

HERCIDUS, ter zyde. Zou zy my hebben gehoord?

PYRRHA.

Ik wil u gaarne fomwylen trachten te troosten.

HERCIDUS.

Wy zullen dan elkander kunnen fpreken?

C 3 PYR-

Sluiten