is toegevoegd aan je favorieten.

De schoenmaker van Damaskus, tooneelspel.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TOONEELSPEL. 101

akomet, ter zyde.

Ik ben verloren.

morad, ter zyde.

My dunkt ik zie den guit reeds beven. (Tegen Akoniet , met waardigheid.) Uwe booze ziel, die de ondeugd aan durft kleven, verdiende billyke itraf: gy hebt alle fchurkery aan my bedreven; doch, zo Morad hier. aan herdenkt, uw rechter wil het, u vergeven. (Tegen den bacha, zich de handen vryvende.) Ik geloof, myn lieve vrind! dat ik daar voor rechter heb gefpeeld op eene wyze, die Salomon zelf niet af zou kunnen keuren.

nadir.

Ik ben volkomen over u voldaan. (Tegen Ali.) Men geve hem. twee honderd fequinen.

morad.

> Foei! fchaam u, vrind bacha! fchaam u! zoud gy my 'geld willen geven omdat ik geen wraakgierige fchurk ben? Ik bezit veel liever uwe achting dan alle de fequinen van het ryk.

nadir.

Ik ftel a tot kadi van Damaskus aan.

morad, heen en weêr fpringende. Ik kadi!..', ik ben kadi!... de plaats van kadi!... ieder bewyze den kadi verfchuldigden eerbied!... (Eensflags tegen Nadir.) Maar, duivels! ik weet niet den drommel van de wetten.

G 3 NA-