Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

si DE S C Y T E N, TWEEDE BEDRYI. EERSTE T O O N E E L.

OBEÏ'dE, ZULMA. Z u L*M A.

II ebt gy dit vast bepaald ?

OBE ÏDE.

Ja , 'k zal myn jeugdig leven

Aan deze woesteny grootmo edigovergeven.

Men zal my nimmer zien , vermoeid'van langen druk,

Slechtswacluend'tot de dood myn'vader grafwaart rukk',

Aan't hoogst ondankbaar hof van Ekbatana trachten ,

Ol'ikhet vonnis, dat hem doemde , moog' verzagfen,

Opdat het overfchot zyns rykdoms zy gefpaard,

Door vrekke handen reeds voorlang byéén vergaêrd.

anneer hy zich bereidde om naar dit oord te vlugten,

Deed zulks wellicht myn jeugd, nier zonderreden,duchten,

Maar'kfchaamde my weldra dat ik geen trek weêrftond, Die aan myn eerst verblyf als noch myn hart verbond. Gewis, ik dorst dat hart te pynlyk overheeren , Om myn flandvastigheid zo laf te zien verneêren. 'k Nam eindlyk , in dit oord, en by dit ruw gedacht, Een' geesten zeden aan , die ik piethad verwacht: Zie thans geen Obeïde , aan 't hof fchier aangebeden, Die (laven, zelfs gekroond, zag volgen op haarfchreden;

En

Sluiten