Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

T H F. 3tg

j O De vader van Jehafia, Esr. Jio: 15. hiion: Opgehangen; was de jongfte : zoon van ïHnon uit de ftarn Juda, % ( Chron. 4.' 3,o. ihïmna: Afgeteld volk; was 11) Een vorst onder Eiau's kinderen,

Gen. 36: 40. ! Een ftad aan de grenzen derPhilifty-

nen, ook Tfiimaath genoemd, Gen,

38: 12. 14. ihipsah: Doorgang; een ftad in Kar>naan , 1. Kon. 4 : 24. 'in ras : Voeder ; zevende zoon van Ja* [phet, Exod, 10: s>. ih ir ha ka : Hinderpaal der wet ; koning der Muoren tegen Sanherib ver* 1 wekt 2 Kon 191 q, jhirhena : Genade-ziender ; Kaleb's 1 zoon, 1 Chron. 2: 48. ihiria; Befpieder; Jehaleël's zoonf ï i Chron 4 : ió. hirza: Een verwoejle; was 11) Een dochter van Zeiaphehad, Num,

26 .• 33.

o.) Een ftad in de ftam Manasfe, Jof, 12: 24.

ih!sbe: Bekeerde ; ftad in het land Gi'

lead , 1 Kon. 17 : 1. Jhoah: Modder ; zoon van Suph, x l Chron. 6 : 34.

'hcchen , Cewigt; ftad in de ftam SU 1 meon , 1 Chron, *, 32.

O 2 Tho*

Sluiten