Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i8 LEERREDE over

in de hoofdftad zelve. Wy vinden daar van een merkwaardig bewys by Matthcus, hoofdd. xxr. 't Was in den tempel, daar de Overpriefters en de Ouderlingen den Heere Jefus vroegen , van wienHy de magt ontvangen had,om dat te doen, het geenHy verrigtte ? De Heiland beantwoorde dit met een wedervraag, de doop van Johannes, was die uit den hemel of uit de menfchen ? Hierop bedenken zy zich onderling, en zie daar hun overleg: Indien wy zeggen, uit den hemel, zoo zal Hy ons zeggen, waarom hebt gy hem dan niet geloofd ? en indien wy zeggen, uit de menfchen, zoo vreezen wy de fchaare, want ze houden alle Johannes voor eenen Profeet. Ik be~ fluit derhalven, de godlyke zending van Johannes, is onder het Joodfche volk openlyk erkend.

Maar nu is de vraag, wanneer wy het werk van deezen Godsgezant in aanmerking neemen, en tevens, dat hem, in zyne bediening, zichtbaare blyken van zyne godlyke zending ontbroken hebben, hoe het mogclyk zy geweeft., dat hy zulk eenen opgang maakte onder het Joodfche volk, met dat gevolg, dat hy, en, by zyn leeven, en, na zynen dood, als een Profeet is geëerd geworden?

Zal men hierop zeggen? 'er zyn meer

men-

Sluiten