Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i. C O R. II. 2. 23f

ryen : en nogthans werd, door dit alles, Gods raad uitgevoerd, en het woord der voorzeggingen vervuld. Dit moeten wy, in de tegenwoordige tydsoraftandighedcn, ook onder het oog houden. Alle raadflagen, alle poogingen, alle onderneemingen van ftervelingen, Haan onder Gods hoog beftuur.

Maar vraagen wy dan, waarom treft ons dit kwaade? — Dit is zeker, de goedertieren God fchept geen vermaak in de ellenden, die het menfehdom overkomen. Zendt Hy zyne gerigten op aarde, laat Hy toe, dat het eene volk tegen het ander opftaat, dat een natie aan de berooving van onregtveerdige nabuuren wordt blootgefteld; daar moet een gewigtige reden zyn , waarom Hy haar met zulke oordeelen bezoekt.

En die reden is ligt te vinden. Als de tyd naby was, dat Juda door de Babyloniers overvallen en gevangelyk weggevoerd zou worden, zeide God door den dienft van Jeremia tot dat volk, uwe boosheid zal u kaftyden, en uwe afkeeringen zullen u ftraf en. En even dat is

ons geval; 't zyn de heerfchende ongeregtigheden van Neerlands volk, die al dit kwaad berokkenen. De voornaamfte zonde, waar uit veele andere boosheden haaren oorfprong hebben, is de kleinachting, de verfmaading, van P 4 dat

Sluiten