Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

14 Gods bestendige voorzorg

aanvang genoomen hebben. Bekend is het gevoelen der oude Dichters, dat 'er, namelyk, in de vroegfte tyden van deeze weereld, welke zy de gouden eeuw noemden, onder de regeering van Saturnus, eene altoosduurende lente hebbe plaats gehad. (*)

Een geleerd Man (f) heeft dit gevoelen aangenomen, en getragc te verdedigen. Naar zyne gedachten heeft de aarde, voorden zondvloed, het ganfche jaar door, een geheel anderen ftand tot de Zon gehad, dan na denzelven; te weten, dien ftand, welken zy heeft in de maanden van Maart en September, wanneer dag en nacht even lang zyn. Hier door moer. 'er dan eene altoosduurende lente, een onafgebroken vrugtbaarheid, eene onophoudelyke kalmte en helderheid des hemels, geweest zyn : met één woord, zulk eene hoedanigheid van de lugt, en van de voortbrengzelen der aarde, als dienen kon, om de menfchen tot zeven, agt, negenhonderd, en meer jaaren, gelukkig en gezond te doen leeven.

Dan hier op is van anderen aangemerkt, dat zulk een altoosduurende Zonneftand, en daar door veroorzaakte lente, een aanmerk-

lyk

O Ovid: Metam. Lib. I. Fab. 3.

(t) Barnet, Telluris theor. facr. Lib.II. cap. 4, & 10.

Sluiten